Loopbaanbeleid

Wanneer wil de ambtenaar vertrekken? Op welke manieren gaan medewerkers om met mobiliteit en inzetbaarheid? En hoe (intern of extern) mobiel zijn zij? Deze en meer vragen komen aan bod in dit eerste deel van het drieluik 'Dit moet je weten over de rijksambtenaar en personeelsbeleid'.

Loopbaanbeleid en mobiliteit binnen de Rijksoverheid: 5 inzichten

InternetSpiegel (ICTU) heeft de afgelopen jaren verschillende onderzoeken uitgevoerd die informatie opleverden over de behoeften van rijksambtenaren als het gaat om personeelsbeleid. Deze data over onder andere loopbaanbeleid, mobiliteit,  individuele ontwikkeling, leiderschap en beloning levert veel inzichten op. De belangrijkste inzichten? Die vatten we voor je samen in het drieluik Dit moet je weten over de rijksambtenaar en personeelsbeleid. In dit eerste deel lees je alles over loopbaanbeleid en mobiliteit binnen de Rijksoverheid.

Gaat hij vertrekken of niet? Deze aspecten hebben invloed op de vertrekintentie

Wanneer wil de ambtenaar vertrekken? Er zijn drie tevredenheidsaspecten die invloed hebben op de vertrekintentie: tevredenheid met de inhoud van het werk, tevredenheid met de loopbaanontwikkelingsmogelijkheden, en tevredenheid met de aandacht van de organisatie voor zijn of haar persoonlijk welzijn. Is men ontevreden over deze drie aspecten? Dan is de vertrekintentie hoger.

Mobiliteit: er zijn drie typen medewerkers

Om meer inzicht te krijgen in de relatie tussen (on)tevredenheid en de motieven om te werken aan duurzame inzetbaarheid, hebben we onderzocht op welke manier medewerkers omgaan met mobiliteit en inzetbaarheid.

Het onderzoek laat zien dat er drie typen medewerkers zijn: de carrièremaker, de bevlogen ambtenaar en de afwachter. Deze drie types gaan elk op een andere manier om met hun toekomstige inzetbaarheid. De afwachter komt niet uit zichzelf in beweging en heeft dus de meeste ondersteuning en stimulans nodig.

Opvallend: de vrijwillige externe mobiliteit bedroeg in 2015 slechts 1,8 procent

Minder dan twee procent van de medewerkers gaat dus vrijwillig weg bij het Rijk: een zeer laag percentage. En dit percentage bestaat vooral uit jongere, hoog opgeleide medewerkers. De interne mobiliteit bedroeg in 2015 12,8 procent. Dat hebben we op basis van het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (PoMo) in kaart gebracht. De totale externe mobiliteit kwam in 2015 uit op 4,5 procent.

Bij externe mobiliteit hebben we het zowel over vrijwillige externe mobiliteit (zoals het vinden van een andere baan) of verplichte externe mobiliteit (zoals ontslag of vertrek door reorganisatie, pensionering en arbeidsongeschiktheid).

Een derde van de medewerkers is sinds de aanstelling niet van functie veranderd

Meer dan de helft van de medewerkers bij het Rijk (55 procent) is in vijf jaar niet (intern of extern) mobiel geweest. Ongeveer één derde van de medewerkers (32 procent) die meer dan vijf jaar bij dezelfde werkgever binnen het Rijk werkt, is in die gehele tijd niet mobiel geweest.

10 procent van de medewerkers is ontevreden met zijn baan (maar zoekt niets anders)

Het aandeel medewerkers dat weinig werkplezier ervaart maar géén nieuwe baan zoekt, is 10,1 procent. Dit zijn vooral oudere medewerkers (55+), die 30 jaar of langer werkzaam zijn bij deze werkgever. Zij zijn doorgaans meer dan 20 jaar werkzaam in dezelfde functie, zijn minder vaak universitair opgeleid en zitten aan het eind van hun loonschaal.

Verder lezen

Wil je meer weten over de behoeftes van rijksambtenaren met betrekking tot personeelsbeleid? Download het rapport Wat weten we uit onderzoek.

Lees ook deel twee (over individuele ontwikkeling en de beloning van rijksambtenaren) en deel drie (over leiderschap en drijfveren) van dit drieluik.

Reageer